Agressieve apen, bloedige hanengevechten en spectaculaire vuurdansen. Enkele van de vele redenen waarom we drie weken hebben vertoefd in Ubud, de artistieke en culturele hoofdstad van Bali. Tussen de groene rijstterrassen en ‘yoga-experimenterende’ hippies en yuppies. Na 5 maanden van ‘inpakken, uitpakken’ is het tijd om even wat gas terug te nemen. Het zal wellicht voor velen vreemd overkomen, maar reizen op zich is best vermoeiend. In het begin zoek je de avonturen en de vreemde gezelschappen spontaan op, maar na enkele maanden heb je even nood aan een vaste plek, wat routine en rust. En omdat we enkele weken geleden zo een leuke tijd hadden beleefd in Bali, beslissen we om ons een tijdje in Ubud te vestigen. Dat tijdje zijn uiteindelijk drie weken geworden… Ubud is de culturele en artistieke hoofdstad van Bali en door verschillende mensen omschreven als één van de topsteden in Azië. Gelegen tussen de rijstvelden en bekend vanwege de Julia Roberts film “Eat, pray, love”. We gaan jullie niet vervelen met de verhalen over hoeveel koffies en vruchtensapjes we gedronken hebben, noch over hoe fantastisch en goedkoop de massages hier waren. Eén ding willen we wel met jullie delen, nl. wat we gezien en beleefd hebben in de Monkey Forest, een stukje afgeschermd regenwoud waar 600 wilde langstaartmakaken zichzelf en toeristen entertainen. Zo fascinerend dat we vijf keer zijn teruggeweest, en dat wil wat zeggen voor iemand die zichzelf snel verveelt ;-). The Monkey Forest: fascinerend maar controversieel Omdat er geen honden zijn toegelaten en omdat een doorsnee toerist ongewapend is, hebben de apen geen natuurlijke vijanden en is er geen enkele angst t.o.v. mensen. Ubud is booming en dat betekent dat hier alle dagen bussen vol met (voornamelijk) Aziaten worden losgelaten in dit bos. Duidelijk is dat...